UITZENDBUREAUS

CERTIFICERING MOET FLEXKRACHT BETER BESCHERMEN

Tekst Ronald de Kreij Beeld Jan Lankveld, FNV

Erik Pentenga: ‘We willen dat iedere uitzendkracht krijgt waar hij recht op heeft.’

Na twintig jaar discussie over herinvoering van de vergunningplicht voor uitzendbureaus lijkt er nu overeenstemming te komen over een landelijke vorm van verplichte certificering. Het verschil zit ‘m in de vraag wie verantwoordelijk is voor de controle. ‘Maar als het goed gebeurt, dan worden uitzendkrachten straks hoe dan ook beter beschermd tegen uitbuiting’, zegt FNV-bestuurder Erik Pentenga.

FNV Flex-bestuurder Erik Pentenga zei het al eerder – ‘Elke idioot kan in Nederland een uitzendbureau beginnen, en het lijkt er op dat elke idioot dit ook heeft gedaan’ – en Emile Roemer zei hetzelfde in iets nettere woorden bij de presentatie van zijn rapport over de positie van arbeidsmigranten in Nederland. Deze laatste adviseerde daarom uitzendbureaus te gaan certificeren.

Roemer, voormalig SP-voorman en tegenwoordige Commissaris van de Koning (Gouverneur) in Limburg, kon in zijn onderzoek niet om de rol van uitzendbureaus heen. Want er lag toen al een advies van de Commissie Borstlap, die de diverse bestaande uitzendconstructies had onderzocht en diep ingrijpende wijzigingen in wet- en regelgeving adviseerde. Zover is het echter nog steeds niet gekomen. Borstlaps rapport verscheen voor de verkiezingen, waarop het kabinet besloot dat wijzigingen in wet- en regelgeving een zaak waren voor een volgend kabinet. Enfin, inmiddels zijn we bijna twee jaar verder.

Het rapport van de Commissie Roemer, dat bijna een jaar later verscheen, verging het iets beter. Bijna alle 59 aanbevelingen kregen Kamerbrede ondersteuning en dienden te worden uitgevoerd. Dus ook de aanbeveling rond certificering.

SERIEUZE AANPAK

‘Eerlijk gezegd is die aanbeveling maar één van de weinige punten uit het rapport van Roemer die momenteel echt lopen’, vertelt FNV-bestuurder Erik Pentenga. ‘Maar er wordt in ieder geval wel serieus aan gewerkt.’

Volgens Pentenga heeft het ministerie van SZW het voortouw genomen. ‘De ambtenaren die het advies samen met Roemer hebben opgesteld, zijn nu ook met de uitvoering bezig. Vakbonden en werkgeversorganisaties zitten in een stuurgroep, voorgezeten door de secretaris-generaal Werk van het ministerie van SZW. Onder deze stuurgroep hangt een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties, van de uitzendkoepels ABU en NBBU en inspectiediensten van SZW en de Belastingdienst. Ik ben een van de vertegenwoordigers van de FNV in de stuur- en werkgroep We hebben elke veertien dagen overleg. De uitkomsten daarvan worden teruggekoppeld aan de stuurgroep. Het is de bedoeling dat we komend voorjaar klaar zijn, zodat de nieuwe minister van SZW er snel een klap op kan geven.’

DISCUSSIE NIET NIEUW

De discussie over certificering van uitzendbureaus is overigens niet nieuw. Tot zo’n twintig jaar geleden gold er nog een vergunningplicht. Die plicht verdween met de invoering in 1999 van de Wet Flexibilisering en Zekerheid (Flexwet). Doel van die wet was werkgevers voldoende mogelijkheden bieden om flexibele arbeidskrachten aan te trekken, en tegelijkertijd flexwerkers meer zekerheden en een betere rechtspositie te bieden. Dat eerste is gelukt, het tweede maar deels.

Om terug te komen op de woorden hierboven over 'elke idioot': sinds de afschaffing van de vergunningplicht telt Nederland nu zo’n 14.000 uitzendbureaus. Daaronder bevindt zich een flink aantal malafide uitzenders, zo bewijzen de vaak terugkerende berichten in de media over misstanden en uitbuiting van uitzendkrachten. Dat verklaart waarom er nu al zo’n twintig jaar wordt gesproken over herinvoering van een vergunningplicht danwel verplichte certificering.

DE ZELFDE WETTELIJKE STANDAARDEN

FNV Flex is een groot voorstander van die herinvoering. Pentenga: ‘Dan is het maar duidelijk. Iedereen moet voldoen aan de zelfde wettelijke standaarden, en het uiteindelijke toezicht is in handen van de overheid.’

‘We hebben ook nu al wel een vorm van certificering in de uitzendwereld’, vervolgt hij, ‘maar die is vrijwillig en het toezicht is in handen van de Stichting Normering Arbeid. In die stichting hebben wij als FNV ook gezeten, maar daar zijn we mee gestopt. De SNA controleert alleen of een uitzendbureau belasting en het minimumloon betaalt. Is dat zo, dan ontvangt de inlener een vrijwaring. Maar wordt er wel voldoende belasting betaald? Krijgt de uitzendkracht wel het juiste loon waar hij recht op heeft? Wij willen dat het juiste uitzend-cao-loon betaald wordt, het zogenaamde inlenersloon. En dat controleert SNA niet. Bovendien willen we dat de overheid de bevoegdheid om te controleren kan intrekken als de controle-instelling het niet goed doet. Zoals ook garages geen apk-keuringen meer mogen uitvoeren als ze dat volgens de overheid niet goed doen.’

NOG WEL HINDERNISSEN

Het is de vraag of de wensen van de bond in vervulling gaan met een nieuwe, verplichte vorm van certificering. Voor het zover is, zijn er nog wel wat hindernissen te nemen, erkent Pentenga. ‘Maar we zijn positief. De voorstellen die er nu liggen gaan de goede kant op. De uitzendkoepels ABU en NBBU zeggen er eveneens positief in te staan, want die denken dat alle ellende die we zien rond misstanden en uitbuiting komen van uitzendbureaus die geen ABU- of NBBU-lid zijn.’

Maar de race is dus nog niet gelopen. Enerzijds vreest de FNV-bestuurder dat ook wél-leden gaan klagen omdat de certificering zal leiden tot extra lasten, terwijl ze vinden dat zij het al goed doen. Anderzijds sluit hij weerstand van opdrachtgevers/inleners (de grote leden van VNO) evenmin uit, omdat zij zullen moeten gaan controleren of het uitzendbureau waarmee zij werken zich wel aan de regels houdt. ‘Je ziet VNO nu alweer richting de politiek klagen over steeds meer nieuwe regels om misstanden aan te pakken, in de hoop dat er dan geen nieuwe regels komen.’

Pentenga houdt vast aan de boodschap waar de bond al langer op hamert: ‘We willen dat iedere uitzendkracht krijgt waar hij recht op heeft, dat werkgevers tijdelijk personeel kunnen vinden voor piek en ziek, en dat de rotte appels in de uitzendbranche verdwijnen. Een certificeringsstelsel kan dit opleveren, zolang we maar goede afspraken maken, ons daar allemaal aan houden en de controle sluitend is.’

SINDS DE AFSCHAFFING VAN DE VERGUNNINGPLICHT TELT NEDERLAND NU ZO’N 14.000 UITZENDBUREAUS

Deel deze pagina