UITZEND-CAO 1

AKKOORD OVER NIEUWE UITZEND-CAO

Tekst Ronald de Kreij Beeld Rob Nelisse, FNV

‘IK BEN ER VAN OVERTUIGD DAT GELIJKWAARDIGHEID ER ZEKER GAAT KOMEN’

Het heeft even geduurd en veel moeite gekost, maar uiteindelijk hebben de vakbonden en de werkgeverskoepels ABU en NBBU alsnog een akkoord bereikt over een nieuwe uitzend-cao. ‘Eindelijk’, verzucht FNV Flex-bestuurder Karin Heynsdijk na ruim een jaar onderhandelen.

‘We kunnen en willen niet ontkennen dat we een roerig onderhandelingsproces achter ons hebben’, erkende ook ABU-directeur Jurriën Koops na het bereiken van het cao-akkoord met de vakbonden FNV Flex, CNV Vakmensen en De Unie. ‘Maar deze partijen hebben elkaar gevonden in het belang voor de uitzendbranche om een cao met een breed draagvlak te realiseren. Hiermee willen we de basis leggen voor een gezamenlijke verdere invulling van het SER-advies 'Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving’.’

Dit laatste is ook wat FNV-bestuurder Karin Heynsdijk ziet als een van de grootste winstpunten van het akkoord. ‘Dat SER-advies dateert uit juni en is een advies aan het nieuwe kabinet. Het advies beoogt onder meer een nieuwe, eerlijke arbeidsmarkt met zoveel mogelijk vaste contracten. Om de doorgeschoten flex terug te dringen zou volgens de SER onder meer de onderbrekingstermijn moeten worden geschrapt voor uitzendkrachten en anderen met steeds weer kortlopende contracten. Elk contract zou dan meetellen in de termijn waarna een vast contract moet worden gegeven. Op deze en andere veranderingen sorteren we in deze cao alvast voor.’

ZAAK VAN LANGE ADEM

Heynsdijk wijst er op dat het doel van FNV Flex nog altijd is om te komen tot afspraken waarbinnen uitzendkrachten volledig gelijkwaardig zijn aan vaste krachten. ‘Dan is de prijs niet meer bepalend bij de keuze tussen het inhuren van een uitzendkracht of een medewerker in loondienst nemen’, zegt ze. ‘Adviezen in deze richting dateren al van vóór het SER-advies, onder meer gegeven door de toenmalige Commissie Borstlap. Overigens riepen wij als vakbond dit jaren geleden al. Ik merk nu dat we tóch het nodige hebben losgemaakt. Daarom ben ik er van overtuigd dat het uiteindelijk zeker gaat lukken.’

De nieuwe cao is wederom een stap in de goede richting, benadrukt de FNV-bestuurder, al kan het volgens haar nog steeds beter. De afspraken betekenen voor uitzendkrachten meer werkzekerheid, een betere pensioenopbouw en verkleining van het verschil in loon tussen uitzendkrachten en vast personeel. Specifiek voor arbeidsmigranten komt er hiernaast onder meer een inkomensgarantie voor de eerste twee maanden.

Karin Heynsdijk: ‘We sorteren voor op het SER-advies.’

MEER GELIJKWAARDIGHEID EN ZEKERHEID

In de nieuwe cao is afgesproken dat de zogeheten inlenersbeloning wordt uitgebreid. ‘Het loon en de overige arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten moeten gelijkwaardig worden aan die van hun collega’s in dienst bij de inlener. Met deze afspraak wordt het verschil al kleiner. Afgesproken is om in de volgende meerjarige cao de noodzakelijke stappen te zetten om nog meer gelijkwaardigheid te realiseren. Ook het pensioen wordt beter: de pensioenopbouw start eerder en wordt opgebouwd over een groter deel van het inkomen.’ (Zie ook het artikel verderop in dit e-magazine)

Verder komt er meer werkzekerheid. De duur van een eerste tijdelijk contract gaat van maximaal 78 weken naar maximaal 52 weken. Ook de periode dat iemand een contract voor bepaalde tijd mag krijgen wordt korter en gaat van vier naar drie jaar. Daardoor is de stap naar een vast dienstverband sneller te maken.

WW EN ARBEIDSMIGRANTEN

Een andere belangrijke afspraak betreft de reparatie van de WW. De eerder doorgevoerde bezuiniging door het verkorten van de wettelijke werkloosheidsuitkering wordt nu ook voor uitzendkrachten gerepareerd.

Tijdens het cao-overleg hebben de partijen ook gekeken naar de positie van arbeidsmigranten. De aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer zijn daarbij als leidraad gebruikt. Er komt er een inkomensgarantie ter hoogte van het wettelijk minimumloon voor de eerste twee maanden bij een uitzendwerkgever. Ook is afgesproken dat arbeidsmigranten tot vier weken na het einde van de uitzendovereenkomst in de huisvesting kunnen blijven.

De nieuwe cao is ingegaan op 17 november jongsleden en loopt tot 2 januari 2023. Heynsdijk: ‘Goed nieuws is dat uiteindelijk ook de NBBU, de tweede werkgeverskoepel in de uitzendbranche, bij deze nieuwe cao aanhaakt. Als ook hun werkgeversleden en onze FNV-leden instemmen met deze cao, gaat de NBBU vanaf 1 januari 2022 weer dezelfde cao hebben als de ABU. Daarmee zijn dan de arbeidsvoorwaarden voor alle uitzendkrachten gelijk.

Deel deze pagina