STIPP

UITZENDKRACHT BOUWT EERDER PENSIOEN OP

Tekst Ronald de Kreij Beeld Eelco Hofstra

‘DE VERSCHILLEN TUSSEN FLEX EN VAST ZIJN MOEILIJK UIT TE LEGGEN'

Goed nieuws voor uitzendkrachten. Ze bouwen voortaan eerder pensioen op. Vanaf 1 januari 2022 gebeurt dat na 8 weken in plaats van na 26 weken. Is FNV Flex tevreden? Ja en nee. ‘Het is een goede eerste stap, maar er is nog meer dat beter kan.’

‘Verbeteringen die een mooi begin kunnen zijn van een naar ik vrees nog lang traject.’ Maaike de Boer, pensioenfondsbestuurder namens de FNV bij het pensioenfonds voor uitzendkrachten en gedetacheerden Stipp, windt er geen doekjes om. Ja, er is een eerste stap gezet om de pensioenregeling te verbeteren, maar nee, de pensioenen voor uitzendkrachten zijn nog niet marktconform, zo luidt haar oordeel.

Eerst maar even de feiten op een rij. Flexkrachten en gedetacheerden bouwen vanaf 1 januari aanstaande na 8 weken werken pensioen op, in plaats van na de tot nu toe gebruikelijke 26 weken “wachttijd”. Bovendien wordt bij die opbouw een groter deel van het loon meegeteld, waardoor ze sneller meer pensioen opbouwen. ‘Bijkomend voordeel’, vult De Boer aan, ‘is dat dit ook scheelt in de kosten voor controle en handhaving. Het geld dat daarmee bespaard wordt, komt eveneens ten goede aan de pensioendeelnemers. Bovendien wordt het aanleveren van de loongegevens voor de werkgevers gemakkelijker.’

EVENWICHTIGE REGELING?

Het werk van De Boer bestaat naar haar eigen zeggen vooral uit ‘veel lezen, veel overleggen en goed op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in de sector. Samen met de andere pensioenfondsbestuurders, dus ook die namens de werkgevers en gepensioneerden, bekijken wij of de regelingen die de sociale partners afspreken evenwichtig zijn voor alle partijen en of we die vervolgens ook kunnen en willen uitvoeren. We beoordelen dus of een pensioenregeling goed is en of die goed wordt uitgevoerd.’

Hoe kijkt ze vanuit deze achtergrond tegen de genoemde veranderingen aan? ‘Het zijn verbeteringen die we willen en kunnen uitvoeren’, klinkt het diplomatiek. ‘Maar ik constateer tegelijkertijd dat er nog altijd een flinke kloof is tussen de pensioenregelingen voor flexkrachten en die van mensen met een vaste aanstelling.’

LASTIG UIT TE LEGGEN

De pensioenfondsbestuurder zou niets liever willen dan het gat dat ze ziet tussen flex en vast zo snel mogelijk dichten. ‘De verschillen zijn lastig uit te leggen’, zegt ze. ‘Een schilder met een vast contract die overstapt naar een andere werkgever, gaat gewoon door met pensioen opbouwen. Waarom geldt dan voor een uitzendkracht zolang de wachttijd nog niet is doorlopen, dat bij een wisseling van werkgever de wachttijd weer vanaf nul wordt gestart? Dat snap ik niet. Begrijp me niet verkeerd, ik ben natuurlijk blij dat die termijn wordt verkort van 26 naar 8 weken, maar voor zover ik weet bestaat bij geen enkel ander bedrijfstakpensioenfonds een wachttijd die gekoppeld is aan de werkgever in plaats van aan de branche.’

Ze vindt het belangrijk dat werkenden zich geen zorgen hoeven te maken over hun pensioen. Maar dit is voor uitzendkrachten helaas dus nog altijd niet het geval. Ze heeft haar hoop er daarom vooral op gevestigd dat het nieuwe pensioenstelsel tot een meer marktconforme pensioenregeling leidt. ‘Hoe dat er ook uit gaat zien, de invoering ervan zou voor de sociale partners een prima moment kunnen zijn om ook voor uitzendkrachten en gedetacheerden een hele nieuwe, marktconforme pensioenregeling op te tuigen.’

Maaike de Boer: ‘Blij dat de wachttijd in ieder geval is verkort.’

Deel deze pagina