CORONACRISIS

FLEXKRACHTEN LEVEREN FORS IN

Tekst Ronald de Kreij Beeld Rob Nelissen

'ZEKERHEID IS GEEN LUXE, MAAR NOODZAAK'

De corona-uitbraak heeft bevestigd waar de FNV al langer voor waarschuwt: flexwerkers hebben niet alleen geen enkele zekerheid op werk en inkomen; ze vliegen er in tijden van crisis ook nog eens als eerste uit.

Nederland telt 1 miljoen structurele banen waarvoor flexkrachten met onzekere contracten worden ingezet, zo heeft FNV Flex en Handhaving enige tijd geleden al eens becijferd. Naar aanleiding van de coronacrisis is de bond onlangs weer gaan rekenen. Wat blijkt? Als gevolg van de pandemie is 80 procent van de oproepkrachten flink teruggevallen in uren en dus in inkomen, of heeft zelfs helemaal geen werk meer. Daarnaast is ook nog eens 30 procent van de uitzendkrachten zijn baan kwijtgeraakt.

WAKE-UP CALL

De cijfers zijn gebaseerd op een enquête van de bond onder duizend flexwerkers, gecombineerd met de meest recente bevindingen van uitkeringsinstantie UWV. Wat de bond betreft zijn de gevolgen van deze crisis een wake-up call. Zakaria Boufangacha, arbeidsvoorwaardencoördinator FNV: ‘Wij willen af van een arbeidsmarkt waarbij de zwakste schouders de grootste klappen opvangen. Na de laatste crisis van 2009 zagen we dat werkgevers massaal hun toevlucht zochten tot flex. Nu zien we de gevolgen hiervan. Werkgevers lozen massaal deze harde werkers, terwijl de noodregelingen van de overheid gericht zijn op behoud van werk en inkomen.’ De FNV wil dat de flexibele arbeidsmarkt flink op de schop gaat. Vaste banen moeten weer de norm zijn, waarbij flex, waaronder uitzendkrachten, enkel ingezet wordt bij piek en ziek. Oproepkrachten, in dienst bij een werkgever moeten kunnen rekenen op de zekerheid van een minimum aantal uren. Boufangacha: ‘Zekerheid is geen luxe, maar noodzaak.’

De FNV strijdt al jaren tegen de ontbrekende zekerheid op werk en inkomen onder uitzendkrachten. Zoals hier met De Mars voor Zekerheid in Rotterdam, oktober 2018

OPROEPKRACHTEN

Voor oproepkrachten zijn de gevolgen van de crisis dramatisch. Zij hebben een nul-urencontract en worden alleen betaald voor de uren dat ze werken. Hierdoor zijn zij extreem kwetsbaar. Niet alleen stond 80 procent als gevolg van de coronacrisis op straat of viel flink terug in het aantal uren, uit de enquête blijkt ook dat 50 procent geen vangnet heeft bij het (deels) wegvallen van werk en inkomen. Sinds 2003 is het aantal oproepkrachten meer dan verdubbeld. De FNV vindt dat er een einde moet komen aan deze explosie van oproepcontracten. De bond stelt zich daarmee op hetzelfde standpunt als de commissie Borstlap eerder dit jaar dat er een aanpassing moet komen in de wet, zodat ook deze werknemers meer zekerheid krijgen.

UITZENDKRACHTEN

In de uitzendbranche wordt gewerkt met verschillende fasen en contracten, waardoor de onzekerheid van uitzendkrachten jarenlang kan voortduren. Zo zitten er bijna 230.000 uitzendkrachten in de eerste fase van 78 weken zonder enig uitzicht op vast werk of een stabiel inkomen. Van de uitzendkrachten die de afgelopen maanden hun baan verloren had maar liefst 29 procent geen enkel vangnet. Boufangacha: ‘Van de uitzendkrachten die de afgelopen drie maanden hun werk hebben verloren zit het merendeel in de onzekere fase. De urgentie om die fase te verkorten tot een acceptabele 26 weken is tijdens deze crisis wel duidelijk geworden. De FNV wordt hierin overigens ook gesteund door de commissie Borstlap die de onzekere fase wil maximeren op een half jaar.’ Uit recent onderzoek van het ministerie van SZW blijkt dat uitzendkrachten het liefst een vaste aanstelling willen. Slechts 17 procent geeft de voorkeur aan een uitzendbaan en 67 procent wil liever in vaste dienst bij een werkgever. Boufangacha: ‘Uitzendwerk was ooit bedoeld voor piek en ziek en voor veel mensen als opstap naar een vaste baan. De doorgeslagen flexibilisering heeft dat om zeep geholpen. Klik hier voor meer cijfers en conclusies uit de FNV-enquête onder flexwerkers.

Deel deze pagina