CAO-OVERLEG

MEER ZEKERHEID VOOR UITZENDKRACHT

Tekst Ronald de Kreij Beeld Jan Lankveld, Shutterstock

FNV Flex en Naleving stuurt aan op een cao met voor alle uitzendkrachten aanzienlijk meer zekerheid én een flextoeslag. De onderhandelingen hierover zijn begin september gestart.

Binnen de groep van FNV-vakbondsbestuurders bekleedt bestuurder Karin Heynsdijk van FNV Flex en Naleving een bijzondere positie: tijdens het overleg over “haar” cao hoeft ze niet te onderhandelen over procentuele loonstijgingen. Haar achterban verdient conform de uitzend-cao immers loon-inlener. Oftewel evenveel als de werknemers in de betreffende sector met een vaste aanstelling bij de opdrachtgever. Toch moet ze constateren dat het inkomen van uitzendkrachten lager ligt dan dat van vergelijkbare werknemers in dienst bij de opdrachtgever. Volgens recente cijfers van het CBS gemiddeld 13 procent. Dat komt doordat uitzendkrachten blijven hangen in de onderste schalen van het loongebouw, ervaring niet of onvoldoende wordt beloond en functies op papier worden aangepast om ze lager in te kunnen schalen. Bovendien is de inlenersbeloning beperkt tot enkele elementen van de beloning bij de opdrachtgever. Hier komt nog eens bij dat uitzendkrachten lange tijd – in totaal 5,5 jaar gedurende de eerste en tweede fase – geen enkele zekerheid hebben ten aanzien van hun werk en inkomen. Pas daarna is er zicht op een vaste aanstelling. Maar ook deze doorstroom naar meer zekerheid vindt in de praktijk nauwelijks plaats. En echte meerwaarde heeft uitzendwerk ook al niet. Werkgevers investeren nauwelijks in scholing en duurzame inzetbaarheid van uitzendkrachten.

DRIE VARIANTEN

Is het werkelijk kommer en kwel in de uitzendwereld? ‘Laten we het erop houden dat veel nog altijd beter kan’, zegt Heynsdijk desgevraagd. Dit laatste is dan ook precies wat ze hoopt te bereiken in het cao-overleg met de werkgeverkoepels ABU en NBBU dat begin september is gestart. Hierbij maakt ze dankbaar gebruik van de aanbevelingen van de Commissie Borstlap over de ordening van de arbeidsmarkt. ‘Drie voor de uitzendsector belangrijke aanbevelingen’, aldus Heynsdijk, ‘zijn de beperking van flexwerk tot maximaal zes maanden, de afschaffing van nulurencontracten en het uitgangspunt dat flex alleen bedoeld is voor piek en ziek. Hier haken wij in het cao-overleg op aan. En meer.’ Als het aan de FNV-bestuurder ligt kent de uitzendovereenkomst straks nog drie nieuwe varianten waarvan niet mag worden afgeweken. De eerste is een overeenkomst van zes maanden met uitzendbeding. Dat betekent dat wanneer het werk af is ook de overeenkomst mag eindigen. Maar anders dan tot dusver is er in deze variant geen plaats voor nulurenbepalingen en beëindiging van de overeenkomst bij ziekte. De tweede variant is een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd: maximaal twee of drie jaar zónder uitzendbeding, zónder nulurencontract, zónder beëindiging bij ziekte en het een en ander meer. De derde variant tenslotte is een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd.

FLEXTOESLAG

Bovenop dit alles pleit de bond voor een flextoeslag voor alle uitzendkrachten. Dit omdat hun werk volgens de FNV meer onzekerheid met zich meebrengt, en dus beter beloond dient te worden. De hoogte van de toeslag moet dan ook afhankelijk zijn van de omvang van het risico van de uitzendkracht op verlies van werk en inkomen. Dus de flextoeslag horend bij een uitzendovereenkomst met uitzendbeding is hoger dan voor een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd en die is weer hoger dan die horend bij een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Karin Heynsdijk: ‘We willen toe naar uitzendwerk alleen voor piek en ziek’

FNV FLEX EN NALEVING PLEIT VOOR EEN FLEXTOESLAG VOOR ALLE UITZENDKRACHTEN

ENQUÊTE

Heynsdijk verwacht niet dat er op korte termijn politieke duidelijkheid komt over de aanbevelingen van de commissie Borstlap. De FNV is zo’n twee maanden voor de start van het cao-overleg gestart met een uitgebreide enquête onder uitzendkrachten over hun ervaringen en wensen. ‘De uitkomsten daarvan gebruiken we aan de cao-tafel en voor druk op Den Haag’, zegt ze. ‘Uiteindelijk willen we toe naar een situatie waarin uitzendwerk alleen nog wordt ingezet voor écht tijdelijk werk. Piek en ziek dus.’

Uitzendkrachten blijven vaak hangen in de onderste schalen van het loongebouw

Deel deze pagina