ZO ZIT DAT

Visie FNV op het beroepsonderwijs

MBO STERK MAKEN VOOR DE TOEKOMST

Tekst Peter Beekman Beeld Co de Kruijf

486.000 Jongeren volgen het middelbaar beroepsonderwijs. Het mbo levert vakmensen af die onontbeerlijk zijn voor de economie. De FNV staat voor een mbo dat toekomstbestendig is.

DE VISIE VAN DE BOND

Om het mbo sterker en klaar voor de toekomst te maken zet de FNV onder meer in op:

LEVEN LANG LEREN

Het mbo levert een bijdrage aan een leven lang ontwikkelen van studenten, werkenden en kwetsbare groepen. Studenten worden voorbereid op een leven lang ontwikkelen: na school staat de wereld niet stil. Studenten kunnen na hun opleiding periodiek hun vak bijhouden, en betere doorstroommogelijkheden naar het hbo krijgen. Werkenden en werkzoekenden krijgen de kans zich via het mbo te blijven ontwikkelen, zodat zij goed en gezond hun pensioenleeftijd kunnen bereiken. Kwetsbare groepen als statushouders en uitkeringsgerechtigden kunnen via werkend leren zich een duurzame plek op de arbeidsmarkt verwerven.

HOGE KWALITEIT BEROEPSBEGELEIDING

Verruiming van de subsidieregeling praktijkleren, zodat er meer stageplekken komen. Meer investeringen van werkgevers en opleidingsfondsen voor werkend leren. In alle cao’s afspraken over arbeidsvoorwaarden voor BBL’ers (Beroeps Begeleidende Leerweg) en stagevergoeding voor BOLstudenten (Beroeps Opleidende Leerweg).

OPLEIDINGSAANBOD DAT AANSLUIT OP DE ARBEIDSMARKT

Samen met werkgevers afspraken maken met scholen om studenten en werkenden op te leiden voor een duurzame plek op de arbeidsmarkt, waarbij ook adequaat kan worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen. Goede voorlichting aan studenten over arbeidsmarktperspectief en doorgroeimogelijkheden. De FNV is vanuit diverse posities bij het beroepsonderwijs betrokken: bestuurder, docent, praktijkopleider, student et cetera. Deze gebruikt de bond om signalen op te halen, afspraken te maken en actie te voeren om het mbo te verbeteren. Zoals het meldpunt stagemisbruik in Zorg & Welzijn, waar Jasper Kloosterman zijn verhaal deed.

‘IK BEN NIET VERLOREN VOOR DE ZORG’


Jasper Kloosterman (25) was BBL-student maatschappelijke zorg en werkte als stagiair in een woongroep voor jongeren met een verstandelijke beperking.

‘Na één à twee weken inwerken mocht ik meteen in mijn eentje weekenddiensten draaien. “Hier is de sleutel, daar de medicijnkast.” Kreeg ik meteen de verantwoordelijkheid voor zes cliënten, met uiteenlopende en intensieve hulpvragen. Dat was voor mij lastig, maar ook niet prettig voor mijn cliënten. Dus dat zorgde voor spanningen. Ik had wel een begeleider toegewezen gekregen, maar die had het heel druk met de andere zes cliënten. Hij kon me niet tijdens mijn werk begeleiden, alleen met gesprekken achteraf. Hij deed echt zijn best hoor, aan hem lag het niet.

Het werk was intens, het was alsof je een vliegtuig moet vliegen zonder brevet. Je kiest voor de zorg, dus je weet dat je het niet altijd makkelijk hebt. Gewoon doen, dan kom je er wel, dacht ik . En je bent nog leerling, dus je werk ligt onder een vergrootglas, want je krijgt beoordelingen. Er ligt een enorme druk op je. Dat bleek: ik hield het niet vol en binnen een paar maanden zat ik met burn- outklachten bij de arbo-arts. Ik wil de zorg uit, dacht ik eerst. Als het zo moet…

Ik ging minder uren werken en het ging snel beter met me. Maar toen werd ik ontslagen, wegens het niet behalen van mijn leerdoelen. Ja, ik was nog een leerling, en de instantie waarbij ik stage liep, gaat daar niet over. Of ik mijn leerdoelen haal of niet, is ter beoordeling aan de opleiding. Ik was het niet eens met mijn ontslag en samen met de FNV heb ik het aangevochten. En met steun van mijn vader, die is ook lid van de bond. Uiteindelijk is daar een beëindigingsovereenkomst uit voortgekomen.

Mijn studie heb ik even een jaar op pauze gezet, ik moest echt even herstellen. Ik werk met ouderen bij een verzorgingshuis van stichting Alkcare in Alkmaar en ben blij dat zij mij een tweede kans geven. Ja, ik ben niet verloren voor de zorg. Ik heb het erg naar mijn zin. Hoe ik nu terugkijk op mijn stage? Het was een vuurdoop, nu kan ik alles aan!’

Lees over het misbruik van stagiaires in de zorg: www.fnv.nl/zorgstagiairs

‘BUITEN WERKEN VIND IK MOOI’


Casper Manshanden (58) is kaderlid van de bond en uitvoerder bij bouwbedrijf Heddes, en Sjors Komen (22) uitvoerder in opleiding. Komen is BBL’er, hij werkt vijf dagen in de week en gaat één avond naar school. Manshanden is zijn stagebegeleider. ‘Gekozen als de beste van Noord-Holland.’

Komen: ‘Ik vind het een mooi vak. En buiten werken is mooier dan binnen. De sfeer, het werken met fijne en betrouwbare collega’s. Veel van mijn leeftijdgenoten vinden buitenwerk niet zo geweldig. Die vinden kantoor interessanter. Achter de computer. Ja, in de bouw heeft de digitalisering ook toegeslagen. Plannen, tekenen. Ze willen geen vuile handen krijgen. Maar beton moet toch echt gestort worden. En als je dat samen doet, en je bent na hard werken op tijd klaar, dan geeft dat een tevreden clubgevoel. Daar doe je het toch voor?’

Manshanden: ‘En dat leer je niet uit een boekie. Dat moet je echt in de praktijk leren. Ik vind dat het ambacht tegenwoordig te weinig wordt gewaardeerd, ook op school. Je kunt wel achter de computer werken, maar uiteindelijk gaat het toch om dat hout en die spijker. En de duimstok heb je ook nog gewoon nodig. Om het vakmanschap te behouden moeten werkgevers meer investeren in jonge mensen. Dat doen ze te weinig, want ze vinden leerlingen te duur, maar jonge aanwas is nodig.’

Wat vind jij als leerling lastig?

Komen: ‘Met mensen omgaan vind ik soms wel ingewikkeld. Iedereen is weer anders en reageert verschillend.’ Manshanden: ‘Het zijn soms net volwassenen op een kleuterschool, haha. Je moet leren met mensen omgaan. Dat is essentieel in de bouw. Zeker als uitvoerder. Wat die doet? Hij is als eerste binnen, en gaat als laatste weg. Je bent de spin in het web: je organiseert, coördineert, plant en maakt een werkverdeling. Je improviseert en lost problemen op. En je werkt ook zelf mee. Je moet weten waar je ’t over hebt, geloofwaardig overkomen. Anders luisteren mensen niet naar je, hè?’

Wat heeft jullie bij elkaar gebracht?

Komen: ‘”Wil jij mijn leermeester zijn?”, vroeg ik. Hij heeft veel mensen opgeleid en zonder leermeester red je ’t niet.’ Manshanden: ‘Ik ga hem het vak niet leren, beschouw mezelf meer als coach, als aanspreekpunt. Ik kom ook thuis bij de leerlingen. Zo leer ik ze goed kennen en dat is belangrijk, want er moet een klik zijn.’

ZET JE VAKKENNIS IN!

De FNV zoekt mensen uit verschillende beroepen en sectoren die vanuit hun werk betrokken zijn bij het middelbaar beroepsonderwijs, bijvoorbeeld als begeleider van studenten, en mee willen helpen om de mbo-visie van de bond gestalte te geven. En ook mensen die namens de FNV inbreng willen geven in de zogeheten marktsegmenten van SBB. Kijk op www.s-bb.nl.

WAT VRAGEN WE VAN JE?

Enkele keren per jaar bijwonen van bijeenkomsten van de FNV over beroepsonderwijs in je beroep of sector. Degenen die namens de FNV in een marktsegment gaan zitten, komen vier à vijf keer per jaar bij elkaar.

WAT BIEDEN WE?

De mogelijkheid je kennis over je vak in te zetten voor goed beroepsonderwijs dat aansluit op de arbeidsmarkt. Je wordt geïnformeerd over de meest actuele ontwikkelingen in het beroepsonderwijs. De mogelijkheid begeleidingsbijeenkomsten bij te wonen. Een keer per jaar een themadag over beroepsonderwijs.

AANMELDEN?

Je kunt je aanmelden bij: monique.groot@fnv.nl, (088) 368 10 47. Meer informatie bij: Isabel Coenen, beleidsadviseur Beroepsonderwijs, (06) 33 31 30 18, isabel.coenen@fnv.nl, en Leo Hartveld, bestuurder, (06) 511 52 784, leo.hartveld@fnv.nl.

Deel deze pagina