WERKCODE FLEX

MINDER VERSCHIL VAST-FLEX BIJ VERZEKERAARS

Tekst Ronald de Kreij Beeld Willem Jan Ritman

Vijf grote verzekeraars hebben afspraken gemaakt om de verschillen tussen medewerkers in vaste dienst en mensen met een onzeker contract (flex) te verkleinen. Zij hebben een “werkcode” afgesproken die onder meer gaat over gelijke beloningen, toegang tot arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioen. Andere bedrijven, ook uit andere sectoren, hebben aangekondigd zich te zullen aansluiten.

De arbeidsmarkt is in beweging. Het aantal werkenden is nog nooit zo groot geweest als nu. Ook het aantal mensen dat werkt voor een bedrijf zonder daar in dienst te zijn is nog nooit zo groot geweest. De omgang met die externen is al lange tijd onderwerp van discussie. Moeten er bijvoorbeeld minimumtarieven voor zzp’ers worden vastgesteld? Ook de relatie tussen de uitzend-cao en de cao van het inlenende bedrijf staat al jaren op de agenda.

Ook in de financiële sector werken steeds meer flexkrachten. De sector vraagt zich af hoe met hen om te gaan, zonder ze achter te stellen bij medewerkers met een vast dienstverband. In antwoord hierop hebben vijf financiële instellingen nu een “werkcode” geformuleerd voor een goede omgang met álle werkenden. Ook de FNV tekende mee. De partijen zijn overeengekomen dat de afspraken binnen drie jaar worden verwerkt in de cao’s. Tijdens de looptijd van deze cao’s worden verdere afspraken worden gemaakt over de invoering.

ACHMEA-CAO ALS BASIS

In de cao van Achmea is de basis gelegd voor een congres dat in december afgelopen jaar plaatsvond in het congrescentrum van de verzekeraar. In de cao was afgesproken dat er een congres diende te worden georganiseerd om te komen tot een “werkbeweging” die op basis van enkele in een “werkcode” vastgelegde uitgangspunten een gelijk speelveld op de arbeidsmarkt wil realiseren.

De sfeer op het congres zat er goed in. De aanwezigen hadden het gevoel dat hier iets gebeurde dat hout snijdt en dat de discussie over één arbeidsmarkt daadwerkelijk verder brengt. In aanloop naar de bijeenkomst hadden ING, NN, a.s.r. en VGZ zich in hun cao’s ook aangesloten bij het initiatief. Op de bijeenkomst zelf werd nog bekendgemaakt dat ook de cao voor het verzekeringsbedrijf dit gaat doen. Het congres leverde veel publiciteit op en nog dezelfde dag meldden andere sectoren dat ze ook belangstelling hebben.

UITGANGSPUNTEN

De vertegenwoordigers van de vijf cao’s hebben tijdens het congres een werkcode met vijf uitgangspunten ondertekend. Dat zijn de volgende:

  • Werken in de financiële sector betekent het vergroten van je arbeidsmarktkansen.

We zijn een kenniseconomie en de financiële sector is een kennisintensieve sector. Het is dus noodzakelijk dat we ons vakmanschap op orde houden. En dat geldt ook voor het personeel dat niet bij ons in dienst is. Het personeelsbeleid (inclusief eventuele sociale plannen) moet zorgen dat je arbeidsmarktkansen worden vergroot. Belemmerende factoren als bovenschaligheid en concurrentiebedingen worden ter discussie gesteld.

  • Goed werkgeverschap is ook goed opdrachtgeverschap.

De cao moet de belangen van alle werkenden behartigen. Dat arbeid ook bij externen wordt neergelegd, heeft als gevolg dat we ook verantwoordelijkheid nemen voor die groepen. Iedereen verdient een fatsoenlijk loon. Bedrijven vergewissen zich ervan dat bijvoorbeeld detacheerders ook het juiste loon betalen. De opdrachtgever sluit zijn cao af met tenminste één vakbond die is aangesloten bij de Stichting van de Arbeid (STAR). Dus geen cao met bonden zonder leden.

  • Werkenden die gelijk werk verrichten, worden gelijkwaardig beloond, gewaardeerd en behandeld.

Het klinkt zo logisch, je werkt zij-aan-zij, verricht dezelfde arbeid, je wordt dus gelijk(waardig) behandeld. Maar dat is helaas niet altijd zo. Daarom wordt de inlenersbeloning nader gedefinieerd en gaan verschillende cao’s bepaalde uitzendkrachten een opleidingsbudget aanbieden.

  • Alle werkenden hebben toegang tot voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen.

De financiële sector heeft ook een nutsfunctie. We zorgen ervoor dat we onze klanten financiële zekerheid bieden en dat zij financiële risico’s vermijden. Het zou dan heel tegenstrijdig zijn dat onze werkenden onverzekerd rondlopen. De tarieven voor bijvoorbeeld zzp’ers dienen toereikend te zijn om een arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioen te kunnen betalen. De cao voor de architectenbranche kent nu minimumtarieven voor zzp’ers; de cao voor de facilitaire callcenters kent geen pensioenvoorziening.

  • Het werk wordt zo veel als mogelijk in duurzame arbeidsrelaties georganiseerd.

Structureel werk dient zo veel mogelijk in vaste contracten te gebeuren. Dat is tot op heden helaas niet altijd de praktijk. De vakbeweging noemt dit doorgeslagen flex. We willen dat een halt toe roepen. Bijvoorbeeld door een maximale duur te stellen voor de inhuur van een uitzendkracht, daarna die in vaste dienst nemen. Dit is ook in het eigen belang van ondernemingen: duurzame arbeidsrelaties leiden tot meer betrokkenheid, productiviteit en innovatie.

‘Het raamwerk staat er’, concludeert FNV-bestuurder Gerard van Hees, ‘nu aan de slag in de cao’s. Voor de cao voor het verzekeringsbedrijf is al een werkgroep ingesteld die de uitgangspunten gaat vertalen naar de volgende cao. Dat is een goede eerste stap. Maar ook bij andere, niet deelnemende cao’s zal de FNV Finance op de agenda zetten.

MEER WETEN?

Lees het artikel Meer gelijkheid tussen vast en flex in de verzekeringssector als je meer wilt weten over de werkcode.

Deel deze pagina